Leuk voor later, mijn fifteen minutes of fame!

Ergens in mijn huis, op zolder achter een schuifwand, bevindt zich een soort kruipruimte onder het schuine dak. In dit deel van het huis heb ik de troep opgeslagen die ik niet direct nodig heb of spullen die slechts één of een aantal keren per jaar gebruik. In de winter prop ik er mijn tuinkussens bij, zodat ze niet zo vochtig worden in de schuur.
Ergens achter de kussens, kerstspullen, koffers en weekendtassen staat een oude bananendoos waarin ik mijn persoonlijke spullen heb zitten. Spullen waarvan ik niet precies weet wat ik er mee moet, maar waarvan iedereen het zonde vindt om ze weg te gooien. De dingen die ‘leuk zijn voor later’.

Oude schoolschriftjes, schetsboeken, handgeschreven briefjes aan mijn moeder vol met fouten, tandloze schoolfoto’s, schoolfoto met een matje in mijn nek, zwemdiploma’s, Cito-uitslagen, mijn geboortekaartje, klassenfoto van de brugklas, een veterstrik- en een schooltuindiploma. Op de afscheidsfoto van groep acht heb ik mijn rolschaatsen aan. Dingen die vroeger een waarde hadden, maar nu zelden het daglicht zien en weggestopt zijn in een oude bananendoos.

Laatst moest ik er zijn, in mijn kruipruimte op zolder. Eigenlijk moest ik iets anders pakken. Iets dat waarschijnlijk nòg onbelangrijker was dan de bananendoos met ‘dingen die leuk zijn voor later’, want voordat ik had wat ik zocht, kwam ik de bananendoos tegen. Ik besloot dat we nu wel op een punt waren gekomen dat ‘later’ was. Alles wat in de doos zat moest dus leuk zijn.

Ik ging er eens goed voor op de grond liggen en bladerde een beetje door de spulletjes. Mijn schooltuindiploma uit groep 6 was vergeeld en had een klein gaatje bovenin. Ik kan het me niet herinneren, maar blijkbaar heb ik hem ooit trots met een punaise aan de muur van mijn kamertje geprikt.
Hoewel ik dacht een goed geheugen te hebben, kan ik van mijn klassenfoto van de brugklas slechts acht namen naar boven halen. Grappig om te zien, maar wanneer er een grote brand woedt in mijn huis, zal ik niet met uiterste inspanning proberen de Chiquitadoos te redden.

Mijn oog valt op een schoenendoos. Diadora, maat 43. Dat móeten voetbalschoenen zijn geweest. Ik ben benieuwd wat erin zit. Ik schud lichtelijk met de doos voor ik hem open. Hij is tamelijk zwaar. Als ik het deksel voorzichtig optil, weet ik het opeens weer. Oude Voetbal Internationals van de tijd dat ik nog journalist was. Niet alle exemplaren waarin ik heb meegeschreven, maar een selectie van leuke interviews of grappige en bijzondere verhalen. Het boek ‘Vijftig jaar betaald voetbal in Nederland’ waaraan ik meegewerkt heb, ligt bovenop.

Een half uurtje lees ik oude artikelen terug. Het haalt herinneringen naar boven en vaak glimlach ik even. Dan stuit ik op een ‘VI for Kids’ en mijn hart maakt een sprongetje. Iedereen op de redactie had een hekel aan artikelen voor de kids-editie, maar ik vond het geweldig om te doen. Rubrieken als ‘De hobby van’ en ‘het huisdier van’, zijn een tandje terug als je zojuist David Beckham hebt geïnterviewd, maar ik zag daar de humor juist van in.

Elke maand was er ook de rubriek ‘terug naar de basisschool met….’. Voetballers gingen dan kijken bij hun oude school en vertelden over hun tijd. Paar leuke fotootjes erbij en klaar. Het was altijd lastig om geschikte kandidaten voor deze rubriek te krijgen. Nicky Hofs en Theo Janssen hadden nooit op school gezeten en voor buitenlandse spelers was geen budget. Ook moest het wel een beetje een leuke reportage worden. Zo ging eens met David Mendes da Silva (NAC, destijds), naar een school in Rotterdam-West. Een klas met vrijwel alleen Marokkaantjes die David Mendes da Silva en NAC voor de rest niet zo boeiend vonden. Verhaal mislukt.

Deze editie ben ik met Alje Schut (destijds FC Utrecht) op pad geweest. Aardige gozer, mooie dag. My fifteen minutes of fame Ik citeer:
Niet ieder kind in de klas weet wie Alje Schut is als hij onaangekondigd groep 8 van montessorischool Oog in AL binnenstapt. ‘Wie is dat?’ fluistert een meisje zacht tegen vriendinnetje. ‘Dat is Alje Schut, de beste voetballer van FC Utrecht!’ zegt de jongen naast haar met veel bewondering. De verdediger zelf hoort de opmerking ook en glimlacht de jongen toe. Wanneer de kinderen eindelijk in de gaten hebben wat voor nationale bekendheid ze in hun klas hebben, worden er snel stukken papier tevoorschijn getoverd voor een handtekening. Zonder moeite tekent Schut netjes alle papiertjes terwijl hij met de kinderen een praatje maakt. Wanneer hij weer een pen en papier in zijn handen gedrukt krijgt, stopt hij even met signeren en bekijkt de pen goed. ‘Wat grappig is dat die pen heb ik vroeger ook gehad. Het is een speciale houten pen waarmee je beter leert schrijven’, zegt hij. Het meisje pakt voorzichtig de pen weer terug en kijkt vol trots om zich heen. Ze heeft dezelfde pen als Alje Schut ooit heeft gehad!’

Nadat de kinderen en ik hem vragen hebben gesteld is het tijd voor de rest van de school. Alle kinderen drommen op het schoolplein om de lokale held heen voor een handtekening.

“Na de vragenronde moet de voetballer nóg meer handtekeningen uitdelen. Nu moet hij krabbels zetten op etuis, agenda’s ballen en zelfs een paar schoenen. Als Schut het plein afloopt heeft hij een lamme hand gekregen van het uitdelen van handtekeningen. Gelukkig kent hij de school en neemt een sluiproute om te voorkomen dat hij nog meer attributen moet tekenen”

Ik stond op een meter of vijf van Alje, toen er een klein blond mannetje met een bril naast me kwam staan. ‘U bent toch de schrijver?’ vraagt hij. Voorzichtig knik ik ja. Hij strekt zijn armen uit met daarin een schrift en een pen. ‘Handtekening!’ roept hij uit. Even aarzel ik, maar wil de lulligste niet zijn. En zet mijn handtekening met mijn naam eronder. Wanneer de kinderen doorkrijgen dat er nóg meer handtekeningen bij een beroemdheid zijn te halen, komen ze massaal op me af. Vliegen op stroop.
“Wie bent u? vraagt een ander. “Ik ben de schrijver van het artikel”. Ze nemen er genoegen mee want ik moet blijven signeren. Schut kijkt al tekenend opzij en ik haal mijn schouders op. “Mooi zo!” roept hij. “Zo verdelen we het een beetje”.
De voetballer is eerder klaar met tekenen dan de schrijver, want als ik na een kwartier de laatste agenda signeer, staat hij me lachend op te wachten. ‘Kom op, hierheen voordat ze weer iets vinden dat we moeten tekenen’. In een drafje volg ik zijn sluiproute

Even voelde ik me Cristiano Ronaldo, Julio Iglesias en Eddy Wally in één. Mijn fitfeen minutes of fame op een basisschool in Oog in Al. Utrecht.

Als ik de schoenendoos in de bananendoos doe en alles weer terug in de kruipruimte zet, kan ik de gedachte niet onderdrukken. Over vijftien jaar ligt er in een vinexwijk ergens in de buurt van Utrecht een volwassen blonde, bebrilde man op zijn buik op zonder. Naast hem staat een bananendoos met daarin allerlei spullen. Oude foto’s en schoolschriftjes. Wanneer hij een schriftje openslaat moet hij glimlachen. Een handtekening van Alje Schut. Oud voetballer van FC Utrecht. Op een andere bladzijde staat een handtekening van Bob Schoute. Journalist. Lachend klapt hij het schriftje dicht. Blij dat zijn moeder het schrift heeft bewaard. Voor later!

3 gedachten over “Leuk voor later, mijn fifteen minutes of fame!

  1. Het verhaal is werkelijk weer heerlijk om te lezen Bob.
    Waarom krijg ik altijd tranen in mijn ogen van jouw verhaal, emotie, herkenning? Misschien omdat ik (vanwege de vele verhuizingen) niet veel meer heb van vroeger!

Laat een reactie achter op Gerry Reactie annuleren

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s